 |
De spiraal in de boom zit mij niet lekker: te laag en niet spannend genoeg qua vorm.
Hij bindt ook niet voldoende maar doet van de andere kant wel een poging om naar de overkant te reiken.
Ik besluit hem toch maar weg te halen.
Vervolgens buig ik opnieuw een spiraal -dit keer kleiner en daardoor lichter van gewicht- en plaats hem dicht bij de lus.
Dat is een hele verbetering!
Dit keer vervormt er niets tijdens het plaatsen, eerlijk gezegd ook omdat ik hierbij hulp krijg.
Opnieuw verbaas ik me weer over de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit beeld op deze plek.
Enerzijds is bijna iedere toevoeging teveel en vraagt de plek om soberheid en anderzijds verdraagt het zomaar deze keer een frivole krul naast de zonneschijf, de lus (of poort) en de vormen in het water.
Is het beeld nu klaar? Ben ik uitgesproken?
Het is nog steeds een spannend gesprek wat mij betreft. Een gesprek in een andere verhoudingenmaat door de weidsheid van de omgeving. Een gevecht ook wel.
Ik schrijf dit terwijl buiten de maan bijna vol en botergeel van kleur tussen de bomen in mijn werkkamer schijnt en ik vraag mij af hoe het beeld er nu in dit licht uitziet.
Ik herinner mij een gedicht van Chris van Geel over een juninacht in de polder:
'Het beeld staat er als geschreven lijnen,
als twee zinnen van deze en gene zijde.'
Niet af, nooit af. |
|
 |