 |
Zeildoek wordt hout: ik heb nog pallethout liggen dat ik verzaag en meeneem naar de polder.
Op het eerste gezicht is dit in ieder geval al veel beter. Het sluit beter aan bij het materiaal dat ik tot nu toe gebruikt heb en bij de natuurlijke omgeving, maar het gaat ook meer verbinding aan met het beeld van Leontien. En gelukkig blijkt het niet te zwaar te zijn voor de koperen buisvorm.
Ik blaas een rubberboot op om daarmee dichter bij het beeld te kunnen komen en beweeglijker te kunnen opereren dan met de stalen vlet.
Een tijdlang gaat het goed - totdat de rand van de boot lek raakt door uitstekend ijzerdraad en ik in een poging om het lek dicht te houden overboord sla. Met mijn tenen kan ik nog net de zaag redden, de tangen verdwijnen in de modderige bodem. Ik kan nu helemaal goed bij het beeld (elk nadeel heb s'n voordeel!) en werk - staande in het water - door tot het einde van de middag.
|
We raken vermoeid: stramme spieren, onwillige gewrichten. Alles wat we hier doen. doen we in onmogelijke houdingen,en vanaf griezelige steunpunten. Desnoods staande in het water.
Vandaag pas ik de boogvorm aan: vereenvoudig de verbinding, span het staal, en geef heldere richtingen aan: onze onvolprezen fietsbanden zijn beeldend element en verbinding. Ik verdubbel de kleine(!) spiraal om de staalkleur door te trekken.
De koeien hebben het hek kapot gemaakt- de losse plank zet ik in het beeld. Op zondag terug voor foto's. De spiegeling is prachtig: op sommige plekken raken onze beelden elkaar, en Marijke's werk verdubbelt.
|
 |