 |
Op het atelier heb ik deze week gesleuteld aan de koperen uitvoering van de vooruit geschoven vorm in het water. Dit wordt de eerste stap in de richting van de overkant, naar Leontien toe. Een deel hiervan kon ik zelf vormen, voor de uiteinden heb ik bij een loodgietersbedrijf een buizen-buiger kunnen gebruiken inclusief wat mankracht!
Op vrijdag plaats ik de vorm samen met Leontien die ondertussen de boot in bedwang houdt. Als Leontien net naar huis is komt Tineke van Ede -die hier niet alleen objecten op de route heeft staan, maar ook woont- melden dat de doorgang op het water zo breed mogelijk moet blijven, omdat er in de zomer nogal eens groepen mensen in kano's langs varen. Dat wordt dus, zeker aan mijn kant, indikken en de vooruitgeschoven vorm dichter naar de oever plaatsen. Ik besluit dat komende week te doen en dan tegelijkertijd mijn volgende stap te zetten: een zelfde halve-maan-vorm als de vooruitgeschoven stap, maar dan gedraaid en opgerold. Het is de bedoeling deze vorm wat hoger boven de waterspiegel te plaatsen. De vorm is tevens een reactie op de grafische tekening van Leontien, die ze deze week maakte, maar dan meer in zichzelf gekeerd.
Ik merk dat het beeld van Leontien open en reikhalzend naar gene zijde is en dat mijn beeld wel oog heeft voor de overkant, maar voorlopig in de vorm nog geen uitbundige stappen onderneemt om de overkant ook werkelijk tegemoet te treden.
|
Tijd om werkelijk naar de overkant te reiken.
Dat kan vanuit een aantal plaatsen.
Ik kies om een tweede spiraal te maken, laag maar buiten het bereik van de koeien. Deze vormt niet net als de eerste een verbindend element binnen het beeld, maar het zoekt vooral toenadering. Ik probeer een snelle beweging neer te leggen, met iets van de nonchalance die een zo-maar- afgerolde draad kan hebben. Dat leg ik er wel degelijk kunstmatig in met twaalf meter koperpijp van 15 mm. Gelukkig laat deze pijp zich al haast met de hand krommen. Het gevecht is er niet minder om. Ik wil graag met de laatste draai door het water heen, en dan uitkomen in een gebaar dat naar Marijke wijst.
Werkend in het water zet ik het laatste deel vast. Geen straf op een warme dag als deze. Wellicht belemmert dit gebaar de doorvaart? Dan moeten we het doen met de suggestie. Ik ben er toch ook niet zeker van of dit is wat het wezen moet. Dat komt wel als ik het volgende week terug zie.
Intussen broed ik op een vervolg.
Ik heb de neiging om de draad te verveelvoudigen met dunner ijzerdraad. Ik ben een beetje bevreesd dat dat louter esthetiek is. Dan laat ik het varen. Ik wil het verder nog hoger opzoeken: bij de viermeter hoge staander. Verder liggen er nog wat losse eindjes: de houten paal blijft angstig krakkemikkig, het uiteinde van de eerste koperen spiraal nodigt tot meer, de overgang van buis naar buis vraagt hier en daar om een overgang. Ik wil graag een nieuw materiaal toevoegen, zoek naar kleur en geluid. |
 |